Het huis met de klok dat al heel lang het huisnummer 47 draagt, werd, naar mij verteld is, gebouwd rond 1824 door de familie Bots. Deze Albert Bots was textielfabrikant en bouwde ook het ernaast gelegen fabrieksgebouw, nu monument en bloemisterij. In latere generaties zijn er banden tussen de familie Bots en andere textielfamilies (van Glabbeek, Prinzen, Pistorius en ook Raymakers). In mei 1825 werd na enkele jaren arbeid de Zuid-Willemsvaart geopend en de ligging van de fabriek is zo dat men kan vermoeden dat deze gekozen is met het oog op het in aanbouw zijnde kanaal.

Het Huis met de Klok, Kanaaldijk N.W. 47 in Helmond

(foto: 1970-1980, RHC Eindhoven, toeg.nr. 20210, inv.nr. 103123).

Anthony Raymakers, de grootvader van Franciscus Nicasius Maria verwierf het huis in 1843. Tevoren had hij met zijn gezin een huis aan de oostzijde van de Markt bewoond (het huis waar later de fa. van Laarhoven een winkel in sanitair en loodgietersartikelen had). Anthony’s zoon Johan Anthony, die huwde met Theodora Bovens uit Maashees, ging na de dood van zijn ouders in het huis op de Kanaaldijk wonen met zijn gezin van veertien kinderen, waarvan er echter twee heel jong overleden.

Theodora Bovens was een markante vrouw die oonder ander haar stempel op het huis drukte door overal ellipsoide koperen deurknoppen te laten plaatsen, waarvan in 1924 alleen die in de gang en de hall vervangen zijn, maar die in 1980 nog alle aanwezig waren. Het verhaal gaat dat zij dezelfde deurknoppen in haar ouderlijk huis in Maashees gewend was. Het merkwaardige is dat ook de sloten in de kamerdeuren in 1980 nog allemaal uit de 19e eeuw waren en nog werkten!

Met de gezinsgrootte van die tijd was zelfs een huis als dit niet te groot. Het is zeker dat vele kinderen slaapkamers hebben moeten delen en voor een kinderkamer was niet veel ruimte.

Het huis had rechts van de voordeur twee ineenlopende kamers en links een voorkamer (dit was de huiskamer) en daarachter een kleinere kamer die ermee verbonden was door een deur, die naast de keuken lag. Aan de voor- en achterzijde waren er ter weerszijden van de voor- en achterdeur twee ramen. De vorm was rechthoekig, de voorgevel mat ca. 15 en de zijgevel 10 m.

Op de eerste verdieping was er boven de voordeur een overloop, die later tot een klein kamertje is gemaakt. Deze kwam uit op de gang, die dwars door het huis liep en aan elke zijgevel eindigde met een raam. Aan de voorzijde waren twee ruime kamers, aan de achterzijde, links naast elkaar twee kleine kamers met een raam en een tussendeur, daarnaast de badkamer en dan nog een grote kamer met twee ramen aan de achterzijde. Op de zolder waren twee of mogelijk drie kamertjes afgetimmerd. Het hele huis was onderkelderd. De grond was ter plaatse veenachtig, waardoor het huis geheel onderheid was.

 

In dit huis heeft Johan Anthony met zijn gezin en later zijn jongste zoon grootvader Frans met zijn gezin gewoond en daarna diens jongste zoon Leo met zijn gezin.
Driemaal zijn er – in de bijna honderdveertig jaar dat het huis in de familie was – belangrijke verbouwingen uitgevoerd. Tussen 1912 en 1915 is de kamer achter de keuken ruim één meter naar opzij uitgebouwd om te kunnen dienen als slaapkamer voor het ouderpaar. Grootmoeder Maria kon wegens hartklachten niet meer trappenlopen. Er kwam een raam bij in de achtergevel en ook een in de kelder eronder. Er was al een verbindingsdeur naar de voorkamer.

Zoon Karel vond de verbouwing als jongen zo geslaagd dat hij deze meende te moeten bezegelen met een kruis met verf op de muur. Dat is nooit helemaal verdwenen en men ziet het goed op de familiefoto in de tuin bij de zilveren bruiloft tien jaar later.
In 1911 was het gezin van grootvader Frans en grootmoeder Maria (zij was toen 41 jaar) voltooid, er zijn daarna geen kinderen meer geboren. De kinderen groeiden op en het huis werd te klein.

Ter gelegenheid van de zilveren bruiloft in 1924 is de grote aanbouw aan de achterzijde uitgevoerd. Er kwam (van voren gezien) aan de rechterzijde achter de twee kamers een nieuwe kamer bij, de salon. Boven kwam een grote en een kleine slaapkamer en een toilet met een plat dak. De bestaande slaapkamer rechts achter had zijn ramen moeten opgeven en had alleen bovenlichten boven het platte dak van de aanbouw. De kamer werd daarom sindsdien ‘de citadel’ genoemd. De hele aanbouw was onderkelderd zoals de rest van het huis. De gang werd doorgetrokken en naast de gang kwam een ruim toilet. Voordien was er een dubbele plee aan de achterkant van het schuurtje, annex washok, in de tuin. De twee kamers en suite werden tot een, de ‘zaal’, en deze ging via grote schuifdeuren over in de nieuwe salon. Deze tussenwand met servieskasten en schuifdeuren was zo geconstrueerd (van hout) dat ze tijdelijk verwijderd kon worden om een lange ruimte van 5 x 17 m te creëren. Dat is gebeurd bij de bruiloft van dochter Thea met mr. René Höppener in 1927.

In het souterrain werd later een biljartkamer ingericht. Op de eerste verdieping werd de oude badkamer tot verbindingsgang naar de nieuwe kamers. Een nieuwe badkamer werd gebouwd op het dak van het poortgebouw met daarboven fabrieksruimte dat inmiddels de fabriek met het huis verbond. De kosten bedroegen ca f 7000,–, inclusief de parketvloeren in de zaal en de salon, de fraaie plafonds en lichtornamenten en de marmeren vloeren in de hall en de gang (die ook van toen dateren). In die tijd waren de ramen aan de voorzijde getooid met jalouziën, zoals op de foto te zien is. Aan de achterzijde waren er rolluiken voor elk raam. De boogfiguren in het bovengedeelte van de ramen zijn door de jalouziën verborgen. Ook mis je op de achtergrond de toren van de O.L.V.-kerk, waarmee in 1929 begonnen werd.

Na de dood van grootmoeder in 1934 is grootvader tot zijn dood in 1945 in het huis blijven wonen. In 1942 werd er zijn vijfenzeventigse verjaardag gevierd, waarvan een familiefoto op het bordes is bewaard. Veel kleinkinderen hebben er gelogeerd. De voortuin van het huis was altijd door een ijzeren hek van de straatweg afgescheiden en onder de tuin door liep de overkluisde bermsloot, die links (tot ca. 1948) en rechts van het huis (tot in de jaren 90) openlijk lag te stinken. In 1975 is een stuk van de tuin onteigend om het trottoir te kunnen doortrekken.

Tijdens de oorlog heeft het huis wel schade geleden bij het opblazen van de bruggen. In 1940 is de brug opgeblazen door de Nederlandse troepen (Peel-Raamstelling) die terugvielen op de Zuid Willemsvaart als verdedigingslinie. In september 1944 bliezen de Duitsers hem opnieuw op bij de nadering van de geallieerden. Beide keren sneuvelden alle ramen van het huis. Na de oorlog zat er in vele vensters nog oorlogsglas (dat bobbelde en vertekende). De mooie geëtste ramen van de achterdeur konden pas jaren later vervangen worden. Na de bevrijding zijn geallieerde manschappen ingekwartierd geweest in het huis. Ze woonden in de salon en gingen door het raam (via een loopplank) in en uit. De sporen van de soldatenkistjes stonden nog jaren in de vensterbank.

In 1943 bood grootvader Frans onderdak aan een achternicht van hem, die tevens de

stiefmoeder van zijn schoondochter was: Noor Huysmans (tante Noor), tweede moeder van Zus Raymakers-Verhoeven. De Duitsers hadden haar huis in de Bilt gevorderd en ze stond op straat. Ze bewoonde de grote (slaap)kamer achter als huiskamer met de kleine slaapkamer (van oom Sjef) als keuken en de citadel als slaapkamer. Toen het huis ontruimd moest worden wegens de dreigende oorlogshandelingen toen de Duitsers zich achter het kanaal terugtrokken, verhuisde ze naar haar dochter Zus en schoonzoon Leo op de markt.
In 1946 is deze jongste zoon Leo, huisarts, met zijn vrouw Zus Verhoeven en vier kinderen in het huis gaan wonen en werd er een huisartsenpraktijk in gevestigd. Het huis was echter eigendom van broer Rudolf.

De voormalige huiskamer werd spreekkamer. De oudersslaapkamer achter de huiskamer werd verdeeld in een patiënteningang met trapje met een nieuwe deur in de zijgevel en een wachtkamer aan de achterzijde en er kwam een verbindingsdeur met de keuken. In het souterrain van de aanbouw uit 1924 werden de ramen flink vergroot en er kwam een trap achter in de gang ernaartoe (voordien kon men van binnen uit alleen via de keldertrap in de keuken in het souterrain komen) en dit werd de kinderkamer. De salon werd huiskamer. Er werd centrale verwarming aangelegd. Aan de zijkant links werd een pad als praktijkingang met een hek (onder de veranda een muurtje) van de voortuin afgescheiden.
In de zomer van 1948 brandde de fabriek naast het huis grotendeels af, met veel rook en waterschade voor het huis. Ook de badkamer (en de totale kindergarderobe van inmiddels 5 kinderen) was daarmee verdwenen. Er werd een nieuwe badkamer ingericht in de meest linkse kamer achter en oude toegang naar de verdwenen badkamer op het platte dak van de fabriek werd weer raam. Later zijn nog kleine wijzigingen uitgevoerd, zoals de verwijdering van het grote schoorsteenkanaal uit de kamer boven de keuken omdat in de keuken onder de grote schouw toch alleen maar een gasfornuis stond en het maken van een raam in de zijgevel van de citadel (die alleen maar bovenlichten had) met een boekenkastenwand eromheen. Door zijn grootte, de volledige onderkeldering met allerlei toegangen en de grote zolder zat het huis vol mogelijkheden voor fantasie en spel. Als klein kind (toen grootvader Frans er woonde) vond ik het nogal somber, maar dwaalde er graag rond.

De kelders hadden ook namen. De grote ruimte onder de zaal was vroeger de kinderkamer. In 1946 werd de biljartkamer uit 1924 kinderkamer. In de grote kelder stond toen de verwarmingsketel. Onder de hal had je de aardappelkelder, daarnaast de fietsenkelder, van waaruit je met een trap naar buiten kon. Onder de slaapkamer van de grootouders de wijnkelder met voortreffelijke wijnen. Onder de keuken was de voorraadkelder met kasten met vliegengaas, daarnaast onder de gang een kleine ruimte, de weckkelder, met rekken ingemaakte groente, vruchten, appelmoes e.d.
Het huis was zeer geschikt voor feesten en er zijn in 1927-28 verscheiden bruiloften gevierd. Ik herinner me twee sinterklaasfeesten (1943 en 1944) waarbij Sinterklaas voor de kleinkinderen in de huiskamer zitting hield, kinderen braaf op de grond en een voor een op de knietjes voor Sinterklaas, de ouders erachter. Daarna werd er naar de zaal gegaan waar alle cadeaus stonden uitgestald, op een grote tafel in het midden en ook eromheen.
Dergelijke sinterklaasbijeenkomsten zijn er ook later regelmatig geweest, totdat het huis verlaten werd in 1981. In 1946 was er een groot feest toen Karel met zijn gezin voor het eerst weer uit Engeland naar Nederland kon komen. Hij bleef echter tot 1955 in Engeland wonen.

In 1953 trouwde Marijke, dochter van Karel en Tiny met Victor Keunen en werd hen aangeboden dit huwelijk vanuit het familiehuis te laten gebeuren. Marijke en haar ouders namen er dus voor zes weken hun intrek en het was een luisterrijk feest. Twintig jaar later (januari 1974) had er nog eenmaal een huwelijksfeest plaats, toen Renée Raymakers, dochter van Leo Raymakers en Zus Verhoeven trouwde met Paul de Roo.

De tuin was niet groot omdat er in 1933 een kaarsenfabriek (shedbouw zoals dat toen heette) was neergezet. Bovendien was het fabrieksgebouw naast het huis geleidelijk uitgebreid naar achteren zodat men in de tuin naar het noorden tegen een muur keek. Na de brand van 1948 is de oorspronkelijke toestand, een gang van 6-8m breed tussen het huis met tuin en de fabriek hersteld en was de tuin veel meer vrij en open, maar het kaarsenfabriekje staat er nog. Nu is de zijmuur van de tuin open.

Het huis is na 1982 eigendom geweest van een postzegelhandelaar, die het bijna liet afbranden, daarna van een makelaarskantoor en een bank en is nu weer in particuliere handen, nadat er vrij rigoureuze verbouwingen hebben plaatsgevonden, die te zien waren op de website van een makelaar.

Janthony Raymakers

(november 2008)