Onze (over)grootvader Frans was een goed ondernemer. Onder zijn leiding is het Raymakers-familiebedrijf tot grote bloei gekomen en hij was in de jaren dertig zeer bemiddeld. De balanswaarde van het bedrijf was op 1 januari 1933 ca. f 2.500.000,- en hij bezat de meerderheid van de aandelen. Hij vond het echter niet nodig dat de fiscus daarvan teveel zou profiteren, vooral waar het de overdracht van zijn vermogen aan zijn kinderen betrof.
Bij de huwelijken in 1926 en 1927 van de oudste kinderen had grootvader hen al vrij grote bedragen (f 8.000,-) geschonken (Sjef en Leo kregen dat voordeel niet, maar alle kinderen kregen wel een schenking van f 6.000,-). Daarbij leenden zij allen deze bedragen tegen rente terug aan hun vader onder het beding dat de leningen tijdens zijn leven niet opeisbaar zouden zijn.
Om nu zijn werkelijke vermogen zonder verlies naar zijn kinderen over te hevelen besloot hij tijdelijk in België te gaan wonen. Er werd een villa betrokken in Westmalle, villa Torenzicht aan de oude weg van Turnhout naar Antwerpen (N12). Daar verbleven grootvader en grootmoeder met Dientje van Gulick, de dame van de huishouding die al lang aan het gezin verknocht was. Het huis in Helmond werd in stand gehouden. Daar bleef Sjef wonen en ook daar was een dienstbode. Leo studeerde toen in Utrecht.
In die tijd bestond er volgens de wet geen schenkingsrecht op schenkingen uit het buitenland. Men hoefde die dus niet op te geven aan de Nederlandse fiscus. Zo kon grootvader bij leven zijn vermogen aan zijn kinderen schenken – belastingvrij vanuit het buitenland – en kon erop aansturen dat er bij zijn overlijden geen successiebelasting betaald hoefde te worden. Vooraf waren er natuurlijk stappen ondernomen om van de inspecteur der belastingen te weten te komen of deze truc kans van slagen had.

Visitekaartje van Frans Raymakers,
met zijn adres Villa Torenzicht in Westmalle in België.
Eenmaal in België wonend werd de akte opgesteld waarin elk van de kinderen 95 aandelen in het bedrijf en f 20.000 in contanten kreeg. Daarbij gold het beding dat zij deze aandelen niet zouden verkopen tot 1946. Dat stond overigens niet in die akte maar in een onderhandse overeenkomst. Twee jaar moest het verblijf in België tenminste duren om geloofwaardig te zijn. In juni 1934 werd echter in Helmond de vijfendertigjarige bruiloft gevierd. Daarvan bestaat een fraaie familiefoto en ook de feestrede van grootvader Frans is er nog. Karel had zich toen al in Engeland gevestigd voor de stichting van Raymakers Bros. Ltd. Diezelfde zomer kreeg grootmoeder Maria in Helmond een beroerte en overleed korte tijd later. Zij had al lang een zwakke gezondheid. Daarmee was het Belgische avontuur ten einde gekomen. Uit bewaard gebleven correspondentie kan men lezen dat het plan van grootvader Frans gewerkt heeft (hoewel de enorme vermogensaanwasheffing die na de oorlog in 1946 is opgelegd de aandeelhouders alsnog heeft getroffen, maar dat was niet te voorzien). De inspecteur der belastingen beschouwde echter grootmoeder op het moment van haar overlijden als wonende te Helmond. Dat had consequenties in verband met haar erfenis, die uit schulden bestond. Over het ouderlijk erfdeel dat zij mee ten huwelijk had moeten brengen in 1899 was door haar zwager en voogd Leo Sassen in Amsterdam (vanuit wiens huis zij getrouwd is) wanbeheer gevoerd. Ondanks een jarenlange juridische strijd die door grootvader Frans gevoerd is kwam er slechts een schuld boven tafel. Waarschijnlijk hebben de erfgenamen deze onder beneficie van inventaris aanvaard zodat het resultaat nul was. Het maakte dus niets uit, maar de ‘truc’ werd dus niet in alle opzichten door de fiscus aanvaard. Het is moeilijk te zeggen hoe men de geldbedragen in guldens van toen moet waarderen, maar een factor twintig (in guldens) mag zeker worden toegepast.
Janthony Raymakers
(december 2008)